Overige

30-jarige system integrators over 30 jaar KNX

Op 20 oktober van dit jaar vierde KNX verjaardag. Het protocol werd die dag precies 30 jaar; even oud als de nieuwe generatie KNX-system integrators. Onderdeel van die nieuwe generatie zijn dertigers Hedser Heinsius, KNX-system integrator bij Heinsius Electrotechniek, en software engineer Harm Lamers van Go-Domotica. Hoe kijken zij aan tegen het werken en leven met hun leeftijdsgenoot KNX?

 

Hedser Heinsius omschrijft zichzelf als een ‘elektrotechnicus 3.0’: een system integrator die alle verschillende systemen tot één geheel kan integreren. Daarbij is het wereldwijde protocol KNX onmisbaar. “Er zijn ontzettend veel fabrikanten die componenten leveren voor KNX”, zegt Heinsius. “Ga met een systeem naar een willekeurige fabrikant en noem KNX en er is een oplossing voor of het systeem is met een gateway aan KNX te koppelen. De mogelijkheden zijn eindeloos.”

Succesvolle zoektocht

“Ik werk nu op de kop af tien jaar met KNX”, vertelt Heinsius. De system integrator kwam bij KNX uit na een zoektocht naar een bussysteem dat verschillende componenten kan aansturen en met elkaar kan koppelen. “Voordat ik KNX leerde kennen, knutselde ik zelf systemen aan elkaar via een bussysteem dat ik zelf had gebouwd. Ik had alleen het gevoel dat ik het wiel opnieuw aan het uitvinden was en dat er al iets soortgelijks moest bestaan. Een professioneel protocol dat voldeed aan de voorwaarden die ik stelde voor het bussysteem dat ik nodig had. Ik ging daarom op zoek en vond KNX. Na wat marktonderzoek bleek al snel dat dit hét protocol was waar ik naar zocht. Ik volgde daarna de KNX basiscursus bij ABB en haalde vlak voordat ETS4 werd gepubliceerd het bijbehorende certificaat. Toen de KNX Association ETS4 beschikbaar maakte, kocht ik een licentie en ging ik aan de slag om de nodige ervaring op te doen.”

Autodidactisch

Software engineer Harm Lamers werkt ongeveer negen jaar met KNX. “Ik werkte destijds bij Techval, dat de KNX-werkzaamheden eerst aan derden uitbesteedde en mij vroeg of ik die werkzaamheden als werkvoorbereider op mij wilde nemen”, zegt Lamers. “Dat zag ik wel zitten en zo ben ik er ingerold.” Toen Lamers met KNX begon te werken had hij nog weinig ervaring met de wereldwijde standaard voor gebouwautomatisering. “Vanuit mijn opleiding had ik wel over KNX gehoord en wat je ermee kan doen, maar ik had niet de KNX basiscursus gevolgd. Ik maakte mijzelf wegwijs in de materie door gewoon aan de slag te gaan. Via ‘trial and error’ heb ik mijzelf de kennis om met KNX te kunnen werken eigen gemaakt. Als er nieuwe KNX-producten op de markt kwamen, belde ik de fabrikanten om navraag te doen naar de werking en hoe je deze het beste kon instellen. Pas zes jaar nadat ik voor het eerst met KNX ging werken deed ik de KNX basiscursus. Niet zozeer vanwege de kennis – ik had het werken met KNX toen wel in de vingers – maar omdat je dan zichtbaar bent als KNX-professional op de website van KNX Nederland.”

Ontwikkeling

In tegenstelling tot Lamers volgde Heinsius voordat hij aan de slag ging met KNX al de KNX basiscursus. Twee jaar later schreef de system integrator zich ook in voor de Advanced cursus. “Het is fijn om die tips en tricks mee te krijgen, zodat je die tijdens je werkzaamheden kunt toepassen”, meent Heinsius. “De kennis die je tijdens de cursus opdoet kun je in de praktijk gebruiken bij je werkzaamheden. Na het afronden van de cursussen ben je er echter nog niet. Je kunt alleen beter worden in het werken met KNX door ermee aan de slag te gaan; meters maken totdat je de software tot in de kern doorgrondt. Wanneer je net begint en alles nieuw is, begrijp je er nog niks van. Je bent dan bij wijze van spreken al blij als je een lampje kan laten branden met een schakelaar. Maar door te oefenen, zorg je ervoor dat je de baas wordt over de software in plaats van andersom. Die volledige beheersing van KNX wil ik ook voor mijn vaste personeel. Daarom laat ik mijn personeelsleden ook de KNX basiscursus doen als het voor mij duidelijk is dat ze ‘blijvertjes’ zijn. Ze krijgen daarna een laptop met een ETS-licentie zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen.”

Plus- en minpunten

Het lastigste aspect van het werken met KNX is volgens Lamers de koppelingen naar nieuwe domoticaproducten, zoals Sonos. “Daarvoor heb je bijna altijd een dure gateway nodig, anders kan het niet”, aldus Lamers. “Dat maakt de uitbreidingsmogelijkheden beperkter.” De afhankelijkheid van gateways in deze gevallen is volgens Lamers dan ook een van de nadelen van KNX. Een ander verbeterpunt dat hij noemt is dat het voor eindgebruikers vaak lastig is om wijzigingen door te voeren in de instellingen van de gekoppelde producten. “Hierdoor kan het zijn dat het gebruik van KNX minder geschikt is voor toepassing bij de reguliere woningbouw. Daar staat tegenover dat de enorme hoeveelheid KNX-fabrikanten en de daaruit voortvloeiende keuzevrijheid voor een enorme flexibiliteit zorgen als je met KNX werkt. Het is bovendien een zeer degelijk protocol dat eigenlijk geen storingen kent en lang meegaat.”

Makkelijk bekabelen

Gevraagd naar de mindere punten van KNX noemt ook Heinsius het feit dat het soms onontkoombaar is om met meerdere softwarepakketten te moeten werken. “Dat maakt het af en toe vrij omslachtig wanneer je bepaalde functies en programmeringen wilt toevoegen. In het verleden wist ook niet iedereen wat KNX precies was, maar gelukkig krijg ik die vraag nu steeds minder. De grootste voordelen van KNX vind ik de lange lijst met fabrikanten die componenten maken die met KNX kunnen praten. Er is altijd wel een oplossing om twee willekeurige componenten met KNX te koppelen. De eenvoud van het bekabelen is een ander voordeel; ik ben altijd heel weinig tijd kwijt aan het instrueren van de installateurs hoe de bekabeling gelegd moet worden. Ze hoeven enkel de bekabeling aan te sluiten en op de tekening aan te geven waar de bekabeling zit en het is voor elkaar. Verder heeft KNX hetzelfde voordeel als andere protocollen: het gemakkelijk uitwisselen van data.”

Kostenplaatje

Heinsius heeft naar eigen zeggen geen moeite om zijn leeftijdsgenoten te enthousiasmeren voor woning- en gebouwautomatisering. “Er zijn weinig beperkingen bij woning- en gebouwautomatisering. Ik hoef enkel de oplossingen te noemen die mogelijk zijn en die we de afgelopen jaren realiseerden en de mensen zijn enthousiast. Met tien jaar ervaring weten we inmiddels wat wel en niet werkt. We zijn ook niet bang om systemen te bouwen waarbij we veel zelf moeten uitzoeken. Het levert ook leuke gesprekken op. Ik vraag mijn vrienden dan bijvoorbeeld ‘waarom kun je wel de deur van je auto openen met een afstandsbediening of je vingerafdruk maar zou dat niet kunnen bij de voordeur van je woning?’.” Ook Lamers vindt het niet moeilijk om mensen van zijn leeftijd warm te maken voor de automatisering van woningen of gebouwen. “De meeste mensen vinden dat wel leuk. Als je het toespitst op KNX als protocol wordt het wel lastiger, omdat het voor veel mensen een abstract concept is. Het is moeilijker om uit te leggen en niet iedereen begrijpt wat het precies inhoudt. Om mensen daar echt voor te enthousiasmeren en voor KNX te laten kiezen moet je ze ermee laten werken. Er zijn ook wel goedkopere alternatieven voor KNX die eenvoudiger zijn in het gebruik voor de consument, maar met minder mogelijkheden.” “De kosten zijn vaak een obstakel voor mensen die overwegen om hun woning te automatiseren met KNX”, beaamt Heinsius. “Ons marktpotentieel voor KNX-systemen zijn toch de hogere inkomensgroepen. Als je het geld niet hebt voor KNX zijn er veel andere systemen die de consument als alternatief kan kiezen.”

Oog op de toekomst

Lamers vertelt dat hij onder de indruk is van wat de KNX Association heeft opgebouwd met zijn protocol. “Het is een gedegen systeem dat naar behoren functioneert en zeker de toekomst heeft als het met zijn tijd meegaat.” De software engineer plaatst daarbij wel een kanttekening: “De elektrotechniek zal dan wel moeten blijven werken zoals nu het geval is of KNX moet zich aanpassen aan een eventuele verandering op de manier waarop elektrische installaties worden aangestuurd. Er zijn al oplossingen die draadloos via het netwerk zijn aan te sturen, waarbij het besturingssysteem zo robuust is dat er geen bus meer nodig is. Op dat vlak is nog wel wat te winnen voor KNX.” Ook Heinsius is gematigd positief over de toekomst van KNX. “Met KNX hebben we sowieso een systeem dat voor de aankomende 20 à 30 jaar een oplossing biedt voor onze vraag naar een betrouwbaar en breedgedragen protocol. Er zijn wel zaken die KNX nog niet kan, maar daar worden oplossingen voor ontwikkeld. De eisen die aan visualisering worden gesteld worden ook steeds hoger, dus daarin zal KNX mee moeten groeien. Als dat lukt zie ik KNX met gemak zijn 60e jubileum halen


‘Het gaat om verbinden en vinden’ →

Deze 3 pagina's vind je misschien ook wel interessant: